Springsteen heeft op zaterdag 13 juni bij het Tribeca Film Festival in New York voor publiek een gesprek met Bono gevoerd. Daarna begeleidde hij Patti Smith op gitaar op haar nummer ‘People Have the Power’, waarna Bruce soloakoestisch ‘Land of Hope and Dreams’ speelde. Aanleiding van het optreden in New York was dat Bruce onderscheiden werd met de Harry Belafonte Voices for Social Justice Award: “Ik voel me een beetje ongemakkelijk om deze onderscheiding te krijgen, want hooguit ben ik een bezorgde burger.”
De Harry Belafonte Voices for Social Justice Award is een prijs vernoemd naar zanger, acteur en mensenrechtenactivist Harry Belafonte. In het OKX Theater van het Tribeca Performing Arts Center in New York werden Bruce en Bono aangekondigd door Robert De Niro, die met Jane Rosenthal, medeoprichter van het Tribeca Film Fastival, naast hem op het podium verklaarde dat Springsteen zijn muziek gebruikt om de machtelozen in de maatschappij een stem te geven. “Hij gebruikt het om het protest te leiden. Hij kent geen angst en is direct”, zei De Niro. “Hij weet wat het probleem is en geeft het een naam. Donald Trump. Donald J. Trump en zijn onbekwame handlangers. Dat is zo belangrijk, want het gaat hier niet om redelijke meningsverschillen over beleid: het gaat om de corruptie en megalomanie van één persoon. Bruce Springsteen geeft er een gezicht aan, en hij doet dat met de woorden van een dichter.” Daarna droeg De Niro een deel van Springsteens introductiespeech voor die hij gaf aan de start van de Land of Hope and Dreams American Tour-concerten. “This is happening now”, zei iemand uit het publiek en De Niro reageerde: “Yes!”
Er werd een korte video getoond met beelden uit Springsteens carrière, met Barack Obama als voice-over. Bono, die zichzelf “een fan vermomd als vriend” noemde, introduceerde Springsteen en overhandigde hem de award, een schilderij, dat Bruce accepteerde, zo zei hij, uit naam van “de inwoners van Minneapolis, Los Angeles en Portland die zich dit jaar verzet hebben tegen de federale invasie van hun steden”.
Vervolgens hadden Bruce en Bono een twintig minuten durend gesprek. Bruce ging eerst nog even in op de opmerkingen van Robert De Niro en zei dat niemand anders dan Robert zo goed Donald Trump kan beledigen. Bruce haalde een grappige anekdote aan over de keer dat De Niro hem aankondigde in de shows van de Tony Awards. Bruce was van plan een mooie uitvoering van ‘My Hometown’ uit Springsteen on Broadway te geven toen De Niro hem aankondigde met de woorden: “Fuck Donald Trump. Bruce Springsteen.”
Bono vroeg Bruce naar Harry Belafonte. Bruce had jaren geleden een ontmoeting met Belafonte die toen een concert wilde organiseren waar hij Springsteen over wilde spreken, maar dat optreden is blijkbaar nooit tot stand gekomen.
Het gesprek ging verder over de politieke verdeeldheid in Amerika en Bono vroeg Bruce wat zijn rol daarin zou kunnen zijn. “Ik had iedereen vooraf gewaarschuwd hoe de tournee zou zijn, zodat ze hun geld niet zouden verspillen voordat ze kwamen”, zei Bruce. “Ik heb mijn werk gedaan, daarna moet iedereen het zelf redden. Maar ik begrijp wat je zegt, het is zeker een tijd van grote verdeeldheid, de grootste sinds de late jaren zestig.” Daarna herhaalde Bruce wat hij aan het einde van de shows ook zei: “Amerika is een heilig meningsverschil. Mensen hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn. We zijn geboren uit meningsverschillen, het is een zegen dat we daar met elkaar en met de volksvertegenwoordigers over kunnen discussiëren. De sleutel is dat je die discussie voert terwijl je elkaars menselijkheid en waardigheid respecteert.”
“Ik vrees dat we dat aan de linkerkant soms een beetje zijn kwijtgeraakt en dat de beschuldigingen van elitarisme die mensen zoals ik te verduren krijgen, niet geheel onterecht zijn”, zei de zanger van U2. “Heeft het jou iets gekost? Voel je twijfel bij de gedachte dat er mensen in deze stad zijn die vroeger naar je shows kwamen en dat nu niet meer doen? Of heb je je erbij neergelegd?” Bruce antwoordde: “Ik weet het niet zeker, maar je moet twee dingen doen, zoals dat klassieke folkliedje ‘Which Side Are You On?’ al duidelijk maakte: je moet je standpunt innemen en je overtuigingen volgen, en je moet erop vertrouwen dat ze begrijpelijk en verklaarbaar zijn voor je medeburgers. En je moet geloven dat Amerika een heilige meningsverschil is, een compromis. Ik weet niet of ik iemand ken die alle mensen kan bereiken.” Toen riep iemand “You!”, uit het publiek waar Bruce om moest lachen. “Nee, ik zie mezelf niet als een activist. Ik voel me een beetje ongemakkelijk om deze onderscheiding te krijgen, want hooguit ben ik een bezorgde burger. Ik zing mijn nummers, ik zeg wat dingen en hoop dan het beste.”
Bono herinnerde zich ook dat hij Bruce had gevraagd of hij zijn nummer ‘Girls in Their Summer Clothes’ mocht gebruiken voor een reclame van Gap, toen Bono samenwerkte met het kledingmerk voor de RED-campagne, waarmee geld werd ingezameld voor de strijd tegen hiv en aids in Afrika. Springsteen wees dat toen resoluut af. “Dat was een grote fout”, zei Bruce nu. “Ik had ‘ja’ moeten zeggen.” Bruce verklaarde dat het een van zijn favoriete nummers is, ook al slaat het, volgens hem, bij een groot deel van zijn publiek niet aan. “Maar door het in een commercial te gebruiken had het een hit kunnen worden. Ik had het verdomme moeten doen, ik moet je mijn excuses aanbieden.”
Na het gesprek kwamen Patti Smith en Tony Shanahan het podium op en brachten gezamenlijk een ingetogen versie van ‘Peaceable Kingdom’ ten gehore. Daarna voegde Bruce zich met akoestische gitaar bij hen en vroeg ook aan Bono om mee te komen zingen met ‘People Have the Power’.
Springsteen bleef daarna alleen achter op het podium en speelde ‘Land of Hope and Dreams’ soloakoestisch. Hij droeg het op aan Harry Belafonte en Pam Frank, de weduwe van Harry, en aan zijn eigen “lovely wife Patti”, die ook aanwezig was. Bruce sloot af met de woorden “God Bless America, and go Knicks!”, verwijzend naar de NBA-winst van het New Yorkse basketbalteam de New York Knicks.
