
Het tweede deel van Music America: The Songs That Shaped Us, vrijdag 5 juni in Long Branch, werd een drie uur durend muziekspektakel. Daarbij trad Springsteen op met artiesten als Jon Bon Jovi, Jackson Browne, Sheryl Crow, Public Enemy, Little Steven en Nils Lofgren. Bas Jansen: “Dit was een muzikale geschiedenisles, een viering van de culturele diversiteit van Amerika en bovenal een liefdesverklaring aan de muziek die generaties heeft gevormd.”
Bas Jansen en Monique Hartkoorn waren na hun bezoek aan de eerste show ook de tweede avond erbij. Bas: “Na een indrukwekkende eerste avond, die eindigde bij de muziek van Woody Guthrie en Pete Seeger aan het begin van de jaren vijftig, vervolgde Music America: The Songs That Shaped Us op 5 juni zijn muzikale reis door de Amerikaanse geschiedenis. Opnieuw vormde het OceanFirst Bank Center op de campus van Monmouth University het decor voor een avond vol verhalen, muziek en verrassende optredens.
“Net als tijdens de openingsavond moest host Bob Santelli even geduld hebben voordat de zaal volledig tot rust kwam. Ook deze avond bleven laatkomers voor enige onrust zorgen. Santelli wees er direct op dat de introductie van de elektrische gitaar na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse muziek voorgoed veranderde. De muziek werd harder, energieker en bereikte een veel groter publiek. Dat zou het centrale thema van de avond blijken.
“De belangstelling was vooraf merkbaar groter voor de tweede avond. De line-up bevatte enkele grote namen en kaarten waren aanzienlijk moeilijker verkrijgbaar. De avond begon in juli 1954 in Memphis, Tennessee. Nadat de Disciples of Soul zich hadden opgesteld en Santelli over Elvis sprak, verscheen Bruce op het podium. Onder begeleiding van het intro van ‘CC Rider’ werd direct doorgepakt met ‘Jailhouse Rock’, gevolgd door een vurige uitvoering van ‘Burning Love’. Vanaf de eerste noten stond vrijwel de gehele zaal overeind.

“Bruce droeg een wit overhemd met spijkerjack en straalde zichtbaar plezier uit. De toon was gezet: dit zou geen avond worden om stil te blijven zitten. Volgens Santelli verdient niet Elvis maar Chuck Berry de titel ‘vader van de rock-‘n-roll’. Berry schreef zijn eigen nummers en ontwikkelde de iconische gitaarriffs die de basis vormden voor generaties rockmuzikanten. Lokale held Jon Bon Jovi verscheen voor een krachtige versie van ‘Johnny B. Goode’. Daarna introduceerde hij Little Steven, die met zichtbaar enthousiasme ‘Bye Bye Johnny‘ vertolkte. Zijn samenvatting van Berry’s betekenis was kort maar treffend: ‘He brought the lyrics, baby.’
“Vervolgens verschoof de aandacht naar de Nashville Sound. Santelli vertelde over Patsy Cline en de rol die onder andere Willie Nelson speelde als songwriter. Sheryl Crow bracht een prachtige uitvoering van ‘I Fall to Pieces’. Daarna dook het programma de Mississippi Delta in. ‘Catfish Blues’, geschreven door Robert Petway in 1941, vormde het vertrekpunt voor een verhaal over de migratie van Afro-Amerikanen naar de industriesteden in het noorden en de ontwikkeling van de elektrische Chicago-blues door onder anderen Muddy Waters. Gary Clark Jr. leverde een indrukwekkende uitvoering af en bevestigde nogmaals waarom hij wordt beschouwd als een van de beste bluesgitaristen van zijn generatie.
“Van de Delta ging de reis naar de straten van New York. Doowop, voortgekomen uit gospeltradities, kreeg een gezicht in de persoon van Dion, die zijn klassieker ‘The Wanderer’ bracht. Een van de mooiste momenten van de avond volgde met een eerbetoon aan Bob Dylan. Santelli vertelde hoe Dylan als student gefascineerd raakte door Woody Guthrie en naar New York reisde om zijn grote voorbeeld te ontmoeten. Sheryl Crow bracht een ontroerende, volledig akoestische versie van ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’. Toen Kevin Buell daarna een microfoon voor Springsteen neerzette en de band zich bij Crow voegde, groeide het optreden uit tot een schitterende uitvoering van ‘I Shall Be Released’.


“Een eerbetoon aan producer Phil Spector volgde met ‘River Deep, Mountain High‘, uitgevoerd door Darlene Love. Percussionist Anthony Almonte speelde daarbij een hoofdrol. Na de pauze werd de blik gericht op jazzfusion, waarbij toetsenist David Sancious (uiteraard werd vermeld dat hij in de oorspronkelijke E Street Band zat) en drummer Will Calhoun (van Living Colour) een indrukwekkende muzikale demonstratie gaven op het instrumentale nummer ‘Sleight of Hand’ .


“Het concert ging verder met de Texas-blues. De geschiedenis liep van T-Bone Walker via Freddie King naar de gebroeders Vaughan. De zaal reageerde enthousiast toen Jimmie Vaughan het podium betrad en de herinnering aan zijn broer Stevie Ray Vaughan levend hield. De muzikale geschiedenis vervolgde zich via The Band en Mavis Staples met een fraaie uitvoering van ‘The Weight’.
“Daarna volgde een krachtig blok rond de turbulente jaren zestig. Gary Clark Jr. bracht een indrukwekkende ode aan Jimi Hendrix in de vorm van ‘Power of Soul’, een nummer van de legendarische gitarist uit 1970.

“Dion kwam terug het podium op voor een vertolking van ‘Abraham, Martin and John’, een nummer dat Dick Holler schreef in 1968 na de moord op Robert Kennedy en emotioneel eerbetoon is aan een door politieke moorden getekend Amerika. Dion bracht het nummer in 1968 uit en leverde hem een bescheiden hit op in Amerika.
Singer-songwriters kregen aandacht via Jackson Browne, die ‘For America’ speelde. Vervolgens voegde Little Steven zich bij Browne en volgde een verhaal over reggae, politieke betrokkenheid en de invloed van nummers als ‘The Harder They Come’. Beiden zongen ‘I Am a Patriot‘, een nummer uitgebracht door Jackson Browne maar geschreven door Little Steven. Browne grapte dat hij er vaak op wordt aangesproken dat dit zijn beste song is.

“Een van de verrassingen van de avond was een stevige versie van ‘Rockin’ in the Free World’, gebracht door Jon Bon Jovi en Nils Lofgren. Santelli benadrukte ondertussen dat geen van de artiesten voor hun optreden werd betaald. Het evenement draaide volledig om de muziek en haar betekenis voor de Amerikaanse cultuur.
“Ook rap en hiphop kregen hun plaats in het verhaal, met aandacht voor Public Enemy (rappers Flavor Flav and Chuck D noemden de begeleidingsband The Disciples of Soul steeds The E Street Band, een grap waar Bruce daarna op terug zou komen) en ‘Fight the Power’. Daarmee werd duidelijk dat het verhaal van de Amerikaanse muziek niet stopt bij rock, soul of country.
“In het laatste deel van de avond verscheen Springsteen in een geruite blouse op het podium. Met een brede glimlach grapte Bruce (met verwijzing naar Public Enemy) dat de E Street Band inmiddels was ontslagen. Hij zei ook dat het lastig was om na Public Enemy het podium op te komen: ‘If Jesus is coming back, he ain’t coming back after Public Enemy!’ Wat volgde was een krachtige uitvoering van Bobby Blue Bands ‘Further On Up the Road’, samen met Gary Clark Jr., Nils Lofgren en Jimmie Vaughan.


“Daarna voegden zich Steven Van Zandt en Jon Bon Jovi zich bij de artiesten op het podium. Bruce vroeg ook aan Jimmy Vaughn om te blijven: ‘The more, the merrier.’ Bruce zei dat ze het volgende nummer niet gerepeteerd hadden, maar dat ze het wel al vaker gespeeld hebben. ‘We gotta have some Stax tonight, we gotta have some Eddie Floyd. The only thing we missed was Motown’, zei Bruce eerst nog en zong een regeltje van Smokey Robisons ‘My Girl’: ‘I’ve got sunshine on a cloudy day… Smokey!’, voordat hij ‘Raise Your Hand’ inzette. Flavor Flav en Chuck D van Public Enemy deden mee, net als Nils Lofgren, Jimmie Vaughan, Jackson Browne en Darlene Love. Ook volgde nog een uitbundige versie van ‘I Don’t Want to Go Home’ met alle artiesten waarmee het OceanFirst Bank Center veranderde in één grote feestzaal.

“Uiteindelijk bleef Springsteen alleen achter op het podium. Hij vertelde dat hij in 1969 al eens op deze universiteit had gespeeld – niet als student, maar als muzikant op de trappen van de campus. Met die herinnering sloot hij de avond af. ‘I hope you had a good time, I know I did’, zei hij nog.
‘Land of Hope and Dreams’, dat hij soloakoestisch deed, droeg hij op aan alle muzikanten die hadden meegewerkt aan het evenement én aan zijn vrouw Patti Scialfa, die deze avond thuis was gebleven.

“Na twee avonden was één conclusie onvermijdelijk: Music America: The Songs That Shaped Us was veel meer dan een concertreeks. Het was een muzikale geschiedenisles, een viering van de culturele diversiteit van Amerika en bovenal een liefdesverklaring aan de muziek die generaties heeft gevormd. Zoals Santelli het samenvatte: dit is de soundtrack van het echte Amerika. Voor ons zit de reis er nu op na twee prachtige E Street-concerten en deze twee onvergetelijke avonden in Monmouth.”
