Foto: Muriël Kleisterlee

Springsteen en de E Street Band hebben op zaterdag 7 juni het tweede concert in het Anfield-stadion van Liverpool gegeven. Vanaf het begin voelde je dat het een sterke show ging worden. En zoals verwacht of in ieder geval gehoopt kwam Paul McCartney twee nummers meespelen, ‘Can’t Buy Me Love’ uit zijn eigen repertoire en cover ‘Kansas City’. Niet alleen Be True was erbij, ook Arjan Meijerink. Hij schreef: “Bruce was gefocust, verbeten en bij vlagen zelfs emotioneel.”

Een dag eerder was Bruce al verschenen bij het Liverpool Institute of Performing Arts. Deze hogeschool voor podiumkunsten is opgericht door Paul McCartney en en Mark Featherstone-Witty. Bruce was er op uitnodiging van Macca om er een gastcollege te geven aan studenten. McCartney introduceerde Bruce aan de studenten. Ook Little Steven en Max Weinberg waren aanwezig. Over de inhoud van Springsteens gastcollege is weinig bekendgemaakt. Wel bleek dat Springsteen en de E Street Band met McCartney ook twee nummers repeteerden, ter voorbereiding van wat er de volgende dag zou volgen.

Foto: Jos Westenberg

Op zaterdag verschenen Springsteen en de band iets na half acht op het podium. Bruce heette het publiek welkom en zei dat het bijzonder was om in Liverpool te zijn, want zonder deze stad was er volgens Bruce geen E Street Band geweest.

Foto’s: Jos Westenberg
Foto: Jos Westenberg

Daarna volgde Springsteens verklaring over het motto van deze tour:

De machtige E Street Band is hier vanavond om een ​​beroep te doen op de rechtvaardige kracht van kunst, muziek en rock-‘n-roll in gevaarlijke tijden. Het Amerika waar ik van hou, het Amerika waar ik al zo lang over zing, en dat al 250 jaar een baken van hoop en vrijheid is, is momenteel in handen van een corrupte, incompetente en verraderlijke regering. Vanavond vragen we iedereen die gelooft in democratie en het beste van ons Amerikaanse experiment, om samen met ons op te staan, je stem te verheffen, samen met ons op te komen tegen autoritarisme en vrijheid te laten overheersen.

Bruce en de band vielen vervolgens meteen in ‘Ghosts’, een nummer dat ze ook in de soundcheck hadden geoefend. De boxen vielen tijdens dit nummer twee keer gedeeltelijk uit. Voor de rest van de show waren er geen technische problemen merkbaar. Wel stond de basgitaar van Garry Tallent hoger in de mix dan normaal.

Foto’s: Jos Westenberg

Vervolgens kwamen ‘Land of Hope and Dreams’ en ‘Death to My Hometown’ aan bod, beide gedreven gespeeld.

Foto: Jos Westenberg
Foto: Jos Westenberg

Na ‘Death to My Hometown’ volgde ‘Seeds’, dat ook in de soundcheck was gerepeteerd. Springsteen nam zelf de gitaarsolo voor zijn rekening.

Foto: Jos Westenberg

‘Rainmaker’ droeg Bruce op aan “America’s dear leader”. Ook hierin speelde hij de gitaarsolo. Met ‘Darkness on the Edge of Town’ als volgende nummer bleef de stemming donker, en pas daarna, met ‘The Promised Land’, kwam het eerste moment van luchtigheid. Bruce ruilde zijn mondharmonica met een Noorse fan voor een klein flesje whisky, dat hij gulzig opdronk.

Foto: Muriël Kleisterlee

Ook tijdens ‘Hungry Heart’ bleef Bruce vooraan langs de eerste rij lopen om contact te maken met veel fans over de breedte van het stadion. Van links tot rechts hoopten fans een hand te krijgen of een high-five. Af en toe pauzeerde Springsteen even, ging op de reling zitten en leunde hij met zijn rug het publiek in. De E Street Band bleef stoïcijns doorspelen ook zonder hun bandleider op het podium.

Foto’s: Jos Westenberg

‘My Hometown’ en ‘The River’ werden mooi ingetogen uitgevoerd, waarna met het duo ‘Youngstown’ en ‘Murder Incorporated’ het gitaargeweld (met respectievelijke solo’s van Nils Lofgren en Stevie Van Zandt) de overhand kreeg. “A prayer for my country”, zo introduceerde Bruce ‘Long Walk Home’.

Foto’s: Jos Westenberg

‘House of a Thousand Guitars’ was een rustpunt en ook het moment dat Bruce de aandacht weer op zijn onvrede met de regering van Trump vestigde. ‘My City of Ruins’ leidde hij in met het opnoemen van alles dat er mis is in de Verenigde Staten onder Trump. Vooral toen Bruce zei dat Amerika haar trouwe bondgenoten in de steek laat, viel het publiek Bruce bij met afkeurend gejoel.

Foto’s: Jos Westenberg

Na ‘My City of Ruins’ volgde de slotreeks van de reguliere set met ‘Because the Night’, ‘The Rising’, ‘Badlands’ en ‘Thunder Road’.

Foto: Jos Westenberg
Foto: Jos Westenberg

Na ‘Thunder Road’ kwam dan eindelijk de “verrassing” van de avond, iets waar bijna iedereen op hoopte dat zou gebeuren. “We are lucky tonight, we have a young man, a lovely young man from Liverpool. He’s gonna guest with us tonight, I think he has a lot of talent and I believe he’s gonna be going places. So let’s bring out Sir Paul McCartney.” Bruce maakte buigingen toen McCartney het podium op wandelde. Met The Beatle op bas (Garry Tallent, die de hele avond een sjaal en honkbalpet van FC Liverpool droeg, nam voor deze nummers een akoestische gitaar terwijl McCartney zijn Höfner-bas bespeelde) deden Springsteen en de band eerst het Beatles-nummer ‘Can’t Buy Me Love’, uit 1964 van de plaat A Hard Days Night. McCartney nam de zang voor zijn rekening en Little Steven speelde de gitaarsolo.

Foto: Jos Westenberg

Daarna volgde ‘Kansas City’, een rhythm and blues-nummer uit 1952 van Jerry Leiber en Mike Stoller, dat door vele artiesten onder wie Little Richard is opgenomen. Bruce zong met McCartney aan dezelfde microfoon en speelde de gitaarsolo.

Foto: Jos Westenberg

McCartney nam afscheid van het publiek: “Thank you Scousers.” Zijn bedankje werd met hartelijk gejuich ontvangen. Scousers is in de volksmond de naam voor mensen uit Liverpool. Het is ook een verwijzing naar de stoofpot die matrozen in de havenstad vroeger aten. In zijn gang van het podium af kreeg McCartney nog de drumstokjes van Max Weinberg overhandigd.

Foto: Jos Westenberg

Bruce was erg in zijn sas met de aanwezigheid van Paul McCartney zojuist bij hem op het podium: “Oh my God, to be in Liverpool and to play with a Beatle, that is one of my dreams come true.”

Foto: Anjali Ram

Zonder McCartney speelden Springsteen en de E Street Band de standaardreeks toegiften. ‘Born in the USA’ donderde met veel bas door het stadion. ‘Glory Days’ volgde op de plaats van ‘Bobby Jean’. Bij dit nummer nemen Bruce en Little Steven wat meer ruimte om rare bekken te trekken en capriolen uit te halen bij de microfoon.

Foto’s: Jos Westenberg

Onder ‘Born to Run’ en ‘Dancing in the Dark’ zagen veel fans hun kans schoon om op gezeten op schouders van anderen een momentje van aandacht van Bruce te krijgen. Daaronder een oudere man en een dame die haar 32ste verjaardag vierde (zo was op haar bordje te lezen). Bruce feliciteerde haar daar al zingend mee.

Foto: Jos Westenberg

Na het voorstellen van de band wandelde Springsteen nogmaals langs het publiek bij ‘Tenth Avenue Freeze-out’. Daar trof hij onder anderen de Nederlandse Gerda van der Plas, die met een T-shirt met opdruk “We love prunes” (verwijzend naar de reactie van president Trump) Bruce aan het lachen maakte.

Foto’s: Jos Westenberg

Met ‘Twist and Shout’ zweepte Bruce het stadion nog een keer op: “Is this the house of champions?” Bruce speelde alsof het tijd was om naar huis te gaan, maar Little Steven wilde daar nog niet aan: “Personally, I don’t want to go home?” Het publiek reageerde euforisch.

Foto: Muriël Kleisterlee

“Thank you Liverpool for two incredible nights. We wanna send you home with this one. Keep this in your hearts. This is one of the great songs of freedom”, zei Bruce voorafgaand aan het definitieve slotstuk, de Bob Dylan-cover ‘Chimes of Freedom’. Daarna dankte Bruce nogmaals het publiek: “Thank you Liverpool, the E Street Band loves you!”

Foto: Jos Westenberg

Arjan: “De stemming was direct euforisch”

Arjan Meijerink was bij de show en beschreef zijn persoonlijke beleving van het concert in een e-mail: “De Beatles-link met Liverpool was enkele maanden geleden de reden dat ik juist een ticket voor dit concert had gekocht. Met wel hoop, maar geen hoge verwachting. De eerste indicatie voor iets bijzonders was de starttijd van het concert. De andere concerten begonnen rond tien over half acht, maar al net na half acht kwam the Professor al het podium op, gevolgd door z’n bandmaatjes en natuurlijk als laatste Bruce. De opening was een behoorlijke verrassing: ‘Ghosts’ werd meegezongen als een klassieker die al dertig jaar op de setlist staat. De stemming was direct euforisch.

Foto’s: Jos Westenberg

“Bruce was gefocust, verbeten en bij vlagen zelfs emotioneel. Dit maakt het eerste anderhalf uur een totaal andere beleving dan wat we de afgelopen twee jaar gezien hebben. Wat een drive, wat een passie en wat een kwaliteit. Op meesterlijke manier neemt the Boss z’n publiek mee in zijn verhaal, om ons met z’n allen toch weer vol goede moed naar huis te sturen.

Foto: Jos Westenberg
“Het geluid in Anfield is geweldig, waardoor de individuele instrumenten goed tot hun recht kwamen. Kanttekening is wel dat de vroegere golden circle-plekken nu de helft van de arena beslaan. Je moet echt op tijd zijn voor de beste plekken. Toen Bruce na ‘Thunder Road’ een local guy aankondigde wist de oplettende toehoorder genoeg. We waren getuige van muzikale geschiedschrijving. Het was groots, meeslepend, gigantisch en geniaal. (Alweer) één voor in de boeken.”
Foto’s: Jos Westenberg

Max Weinberg in de Cavern Club

Veel mensen die de stad van The Beatles bezoeken, willen de plaatselijke muziekgeschiedenis opsnuiven, ook professionele muzikanten. Zo werden E Street Bandleden gezien bij het geboortehuis van Paul McCartney en Strawberry Field. Maar vooral Max Weinberg was erg druk met allerlei activiteiten naast de concerten. Hij had zijn Jukebox-project, waarin hij met de band The Weeklings covers speelt die het publiek mag kiezen, naar de legendarische Cavern Club gebracht. Hij gaf daar drie uitverkochte optredens, twee op donderdag en eentje direct aansluitend aan het laatste concert met Bruce en de E Street Band op zaterdagavond. Max had op donderdagavond ook bezoek van Garry Tallent, die meespeelde op ‘Thunder Road’.

Halverwege het optreden op zaterdagavond zei Max dat hij aan zijn vijfde uur drummen bezig was: “It’s a marathon, not a sprint.” Die avond sloot hij af met ‘She’s the One’. Omdat Max voor het eerst in de Cavern Club speelde, werd hij ook geëerd met een tegel met zijn naam op de Wall of Fame, de buitenmuur tegenover de Cavern Club. De naam Steven Van Zandt hangt er al sinds zijn optreden daar met de Disciples of Soul in 2017. Springsteen zelf was tijdens de concertweek in Liverpool niet naar de Cavern Club gekomen, hij was er in mei al een kijkje gaan nemen toen hij met de band drie concerten in Manchester gaf.

Foto: Jos Westenberg

Op vrijdag, de avond voor het laatste concert op Anfield, gaf Max een Q&A-sessie in het Beatles Museum. Hier vertelde hij onder andere dat Bruce en de band met Paul McCartney geoefend hadden en het een grote eer was om met The Beatle samen te spelen.

Foto’s: Jos Westenberg
Foto: Jos Westenberg

Setlist 7-6: Ghosts / Land of Hope and Dreams (incl. People Get Ready) / Death to My Hometown / Seeds / Lonesome Day / Rainmaker / Darkness on the Edge of Town / The Promised Land / Hungry Heart / My Hometown/ The River / Youngstown / Murder Incorporated / Long Walk Home / House of a Thousand Guitars / My City of Ruins / Because the Night / Wrecking Ball / The Rising / Badlands / Thunder Road // Can’t Buy Me Love (met Paul Mc Cartney) / Kansas City (met Paul Mc Cartney) / Born in the USA / Born to Run / Glory Days / Dancing in the Dark / Tenth Avenue Freeze-out / Twist and Shout / Chimes of Freedom